Posts Tagged ‘Sinterklaas’

Sinterklaas is nog in het land!


2008
12.04

Sint in Almere

…nog even tijd dus voor een gedichtje uit de oude doos, aangezien uit de huidige hoge hoed geen rijmelarij getoverd hoeft te worden voor man’s verjaardag…

Achteloze werkeloosheid
Vingers in de neus
Op zoek naar een maaltijd
Maar er is geen keus

Snotje hier
Snotje daar
Zo gaat het bij mij
Nu ieder jaar

Ik heb niets meer te vertellen
De dood komt dichterbij
Het leven is verdwenen
Ooh Dood kom tot mij

De Dood heeft het druk
En hij heeft ook geen zin
Hij gaat namelijk volgende week trouwen
Met zijn nieuwe vriendin

Dat heb ik nu weer
Ik heb ook altijd pech
Het wordt eens tijd
Dat ik er wat van zeg

Maar niemand luistert
Iedereen is doof
God is de enige
In wie ik nu geloof

Maar God is een huichelaar
Een arrogante kwal
Hij gooit mij
In een nog dieper dal

Maar mijn pen werkt als een ladder
Ik ga er weer in geloven
Ik schrijf me rot
En kom weer boven

Ik ben weer blij
Dit is andere koek
Morgen verschijnt
Mijn honderdste boek

Zie ginds ging de stoomboot


2008
03.19

Stoomboot
Voor meer Lego-bouwsels, check eti-eti @ Flickr.

Even geen zin om iets nieuws te schrijven, dus maar een column uit de ouwe schooldoos.

De trein op weg naar huis. Halverwege de middag. De horde kantoorbeambten, die na een dag rondhangen bij de koffieautomaat zo snel mogelijk thuis willen zijn, ik ontloop ze nog net. Tegenover me neemt een kleine man plaats. Moddersporen op zijn broek en jas. Uit de klei getrokken kabouter. Alleen de rode puntmuts en witte baard zijn ingeruild voor een grijze stoppelbaard en een kwiek koperen brilletje bovenop zijn kabouterneusje. Zo zou Rien Poortvliet zijn kabouters tegenwoordig optekenen.

Links van me buldert een jongedame een lach. De kabouter slaakt een zucht, pruilt zijn lippen en laat zijn schouders hangen. Hij weet het, ze lacht om hem. Het gezicht van de jongedame loopt rood aan onder haar lange donkerblonde krullen. “Sorry hoor, maar U bent zo, zo bijzonder! Gelijk al toen ik U zag. U zult me wel vreemd vinden…” De kabouter hoort het echter niet. Zijn vingers diep verzonken in de eigen spitsige oortjes. Alsof de jongedame een boze toverspreuk over hem uitspreekt.

De jongedame staat op en loopt naar de kabouter toe. “Meneer, het spijt me echt” en legt een hand op zijn rechterbeen. De vingers schieten uit zijn oren, hij wipt een half metertje omhoog en hij grijpt met zijn linkerhand de boodschappentas van Dirk van den Broek. Weg rent ie. Zijn benen zijn zo kort als lucifers, maar ze bewegen in een vlammend tempo. Ondanks een vurig verlangen blijft zij in het gangpad hangen. Slechts even tuurt ze hem na. Ze weet het: ook deze liefde blijft onbeantwoord.

Ik vergeet de kabouter en kijk naar buiten. In de verte. Een kluitje schapen, een handvol honden met donkere lokken en een boot. De trein nadert het wollige gezelschap. Nieuwsgierigheid. Ik stap uit. De witte krullige koppies van de schapen veranderen in een dozijn dames op leeftijd. Verscholen onder een grijze verregende regenjas, bruine sjaal en een gelige kunststof ziekenfondsbril trekken ze de loopbrug op. De loopbrug die hen brengt op de La Mancha. De stoomboot van Sinterklaas.

Lenige opgewekte Pieten zijn ingeruild voor potige tegenhangers. Het kleurige Pietenpak en de muts met veer hangen in de kledingkast. Om het gespierde lijf zit nu strak een groenbruin camouflage pak. Het enige snoepgoed dat zich bevindt in de zak zijn pillen en poedertjes.

Onwerkelijk schouwspel. Een vergeten bladzijde uit het grote Sinterklaasboek: Stoute kinderen, 1931. Zij die nog leven moeten er in 2007 dan toch aan geloven: met de Sint mee terug naar Spanje.

Een zondelinge uit ‘31 schuift haar bril omhoog en werpt nog een laatste blik op het land dat ze nooit meer terug zal zien. Herinneringen aan de oorlog, die volle bingokaart, warme appelbollen met koffie en die ene fout uit haar jeugd die nu toch aan het licht kwam. Uit haar oog haalt ze een vuiltje. Of is het toch een traan? Voor de Piet aan wal maakt het geen verschil. Hij geeft een ferme ruk aan haar rechterarm. “Lopen stoute meid, we hebben al lang genoeg op U gewacht.”

“We hebben al lang genoeg op U gewacht. Uw kaartje alstublieft.” Ik schrik wakker.