Dag jij met die rode neus

2011
05.05

halong

Een koffer vol dagelijkse beslommeringen. Ik laat het achter op de campus, in de bus en in de trein.

Dag dove dwerg.
Dag vrouw met mannelijk uiterlijk. Jij die immer hard denkt en dus ook praat.
Dag jij met die rode neus. Al dronken voordat de dag begint.
Dag schilder.
Dag Joegoslaaf.
Dag grote vrouw gekleed in zwart.
Dag talentjes van PSV. Jullie breken helaas niet door.
Dag jongen met die pleister op het lelletje van je oor.
Dag Abdul look-a-like.
Dag Abdul.

Ik ben er even niet.

Ik pak mijn rugzak en bereid me voor op een rol die Vietnam (h)eet.

Zodat ik vanaf zondag iedere morgen zeggen kan: “Goodmorning Vietnam!”

Bookmark and Share

Het laatste avondmaal

2011
02.07

markt marrakech

Aan de scheurkalender van 2010 hangen nog slechts twee velletjes. De maag is uitgerekt. Het kerstweekend laat zijn sporen na. In de projectruimte een man of veertig. Ze leggen een flinke bodem voor de nieuwjaarsbubbels van de dag van morgen. Het is duidelijk welk voornemen voor 2011 iedereen op zijn lijstje zetten kan.

In mijn eigen kerstweekend verloor menig boer nog een beest uit de stal en werd de zee wat ruimer voor de vissen die bleven. Nu worden de bambi’s in het woud beschermd door een diepe sloot soep, een stoere rij champignons en als je denkt alle hindernissen al gehad te hebben een explosief toetje toe.

Met een lepel in de soep en een neus in de warme dampen trekt men in de verhalen aan tafel naar de houten bankjes van een sauna. Met Ullrich zwetend in een kraakpand of Pelle bijna dood op straat na een nakende botsing met een naderende auto na een bezoek in het Noorden aan zo’n heet houten kot. In Lapland prijken sinds die dag nieuwe borden voor overstekend wild. Geen gewei meer in het midden van een rode waarschuwingrand, maar de kale bol van Pelle met daarbij de kreet: ‘Päs öp!’

Op ons bord prijkt na de soep een Overvechtse gele flat aan aardappels met kaas. Geflankeerd door die stoere champignons, beschermers van het vlees. Zelfs met vijf grote mannenmonden en met Marjoke erbij de creativiteit van een vrouw van stand moeten we ons voor het geheel slopen van deze muur toch gewonnen geven.

De wetenschap wat nog komen gaat. Uit de Allerhande een knallend slot. Gevuld met cake en witte chocola. Slechts te ontmantelen door delicate mondjes. Vrouwenmagen met een plekje vrij. Na de Bom Blanche ploft de broek van zelfs de grootste eter tevreden en verzadigd open.

De lepels krijgen een likje van de tong, een liefkozend kopje en laten zich daarna gewillig baden in ecologisch sop. Voor zij die blijven resteert een laatste keuze: Film 1, film 2 of toch een vertrouwde duik in een warm eigen huis.

Het lot heeft moeite met beslissen dus ik ga voor optie 4. Ik treed toe tot de tipi in de tuin. De woorden rond het vuur worden gevangen in de blues. Ooh Klopvaart! Hallelujah! Kirsten schuift aan als eerste fan.

Om de stembanden voor wensen in het nieuwe jaar te sparen verlaten we om klokslag twaalf uiteindelijk toch de tent. In de projectruimte draait de projector een allerlaatste ronde. De film van 2010 is aan zijn end.

Dit verslag verscheen ook in De Klopper.

Bookmark and Share

We hebben een tuinhokje in ons hart

2010
12.01

tuinhok

Het tuinhok. Een plek waar alleen stoere mannen, dobberend in zeeën van tijd, zich nog durfden te verschansen. Of in ieder geval hun hout. Daar kon immers wel een fikkie mee gestoken worden of beter zelfs: wat mee worden gebouwd. Een paar paaltjes werden een commune. Centraal wonen in het klein. Totdat het begon te kriebelen. Tijd om er wat aan te doen.

Handen werden aangeworven. Mails werden verstuurd. Het tuinhok werd opgeruimd, geverfd, gerold, behangen en gesaust. Harken, scharen en bezems; ze hangen als trofeeën aan de wand. Stoelen in de hoek, gestapeld of ontstapeld, ze zijn voorbereid op een groot publiek. Wat we nog missen zijn de kwasten, rollers en lege blikken verf. Helden van het laatste uur.

Op de openingsavond laat het modderpaadje nog sporen na van wat eens het tuinhok was. Echter het bruin dat we binnen zien, is het bruin van chocola. Het tuinhok verworden tot een plek die men slechts op sokken betreden mag. Een mondaine ligplaats met kopjes groene thee, meergranen biscuits en ’s winters een dekentje tot ver over de knie. Doch de sfeer is open. In gedachte is iedereen erbij. Ook voor flinke tankers is er een plek gereserveerd.

In de voorleesstoel zit de pater tabulatum paradiso, onze eigen Jan. Hij breekt een letter om er meer te laten volgen. Gerold over een tong gezoet door rozijnen en noten gevangen in een dikke laag cacao. Inspiratie uit drukwerk en boeken. Gevonden in de bieb, in geschenken, tussen het Onkruid of domweg op de plee.

Men leest voor. Men draagt voor. Men oreert, selecteert, doceert, consumeert, verzint, luistert, dicht. Een klik – verbinding - contact. Met boven. De plaatselijke tuinJan (Wolkers, red.) aan de lijn. Een onderbreking in zijn zoektocht naar zinnen, egels en torretjes in het wolkengras.

Verhalen kort, lang, mager, vet. Een garnaal met mayo. Een huis vol slappe thee. Woede van Rushdie en een gloed op ons gelaat door de dromen in ons hoofd. Tussen de bomen, in de bomen of van een boom als huurder in een huis. Al kan die boom de huur van het tuinhok wel vergeten: We hebben het potdomme net opgeruimd!

Opgeruimd en verruimd. Het tuinhok is geopend. Een avond is geslaagd. Het hart van de Klopvaart klopt weer zoals het moet. Geen noodoplossing. Geen bypass. Het heeft meer weg van een geheel nieuw exemplaar. Nu er goed en gezond van leven, zodat een nieuw doktersbezoek aan dokter Jan en zijn charmante assistenten niet meer hoeft.

Dit verslag verscheen ook in De Klopper.

Bookmark and Share

We gaan weer naar huis!

2010
07.01

Port Elizabeth

Vrijdag gaat het gebeuren. Onze jongens komen thuis. Een leed, niet te vermijden. Een tegenstander, ongekend. Weerspiegeling van Bert’s haren op de jus van de ploeg. In een land waar veel zwart is bleek dat grijs vaak genoeg. Doch wat heb je aan grijs als je alle kleuren van de regenboog ontmoet. Dansend op het groen, langs de lijn en tot huisnummer laatst van de straat. Het is een pijnlijk beeld, maar te voorzien was het wel.

Het speelde de nodige potjes. Onderkoeld, maar rollend met gemak. Naar weer een volgende ronde en ook stad. Mijn hoofd langzaam gekneed tot een Jabulani van plastic, bloed en vlees. In PE verlies ik de controle. Geef ik het uit eigen hand. Het kwik van het balbezit stijgt naar temperaturen die ze zelfs in de tropen slechts zelden zien. Ik zwabber voordat ik buig voor de ware kampioen. Een bekende op een groot toernooi. Heimwee is de naam.

Niet dat ik verlang naar Greg of Demy weer op een trainingsveld te Amsterdam. Op jacht naar kampioenenbalmiljoenen en het prakje van moeder de vrouw. Ik verlang naar de stad waar het toneel zich voltrekt. Een zesnullenstad waar ik iedere bewoner een seconde mocht ervaren. Strandzandkorrels tussen mijn tenen. Zwembaddruppels in mijn oor. Zoete herinneringen aan het theater van morgen. Niet alleen dankzij buurmannen Coca Cola en Cadbury chocola.

In het stadion van mijn herinnering bouw ik morgen een extra ring. Zodat ik het in de schittering van mijn afwezigheid ook van ver nog kan zien. Een gesuikerde laag in mijn geheugen. Vol zoete wraak en goals van marsepein. Gevuld met deeg voor stevigheid en voor de vetheid room.

Terug naar start. Verlaat mijn werkplek zonder te betalen voor dat gemiste uur. Laat het toernooi nu echt beginnen! Een gouden rand om Oranje die zich ontwikkelt uit de wikkel van Cadbury’s chocola. Voor Brazilie rest slechts een zero. Niet eens die van Coca Cola.

Bookmark and Share